10 Tips om te starten met naaien! Begin vandaag nog!

naaien

Wil je graag starten met naaien, maar weet je niet waar je moet beginnen? Wij hebben 10 tips voor jou op rij gezet!

1. Meld je op Facebook aan bij verschillende naaigroepen.

Er zijn verschillende naaigroepen op Facebook waar je ‘twenty four hours a day‘ met je vraag terecht kan. Bijvoorbeeld bij ‘naaien voor beginners‘. Geen vraag is te dom! Vooraf kun je natuurlijk altijd even checken of jouw vraag niet eerder is gesteld bij het zoekknopje.

2. Begin met makkelijke, soepele stoffen!

Begin met makkelijke, soepele stoffen, zoals katoen en Jersey.

Katoenenstof is niet rekbaar en geschikt voor zomerse rokjes, jurkjes, kussentjes en meer. Jersey/Tricot is een rekbare stof die geschikt is voor broekjes, shirtjes, mutsjes, slofjes, rokjes, jurkjes en nog veel meer. Let wel op dat je in het begin kiest voor wat zwaardere kwaliteit, omdat dunne tricot moeilijker te naaien is.

3. Wel of niet wassen van de stof?

Katoen kan veel krimpen, waardoor iets een stuk kleiner uit kan vallen. Toch vind ik het een persoonlijke kwestie. De stof is na het wassen vaak soepeler, waardoor het soms lastiger naaien is. Achteraf wassen is dus ook mogelijk als je rekening houdt met het krimpen of uitlopen van kleur. Als je met meerdere kleuren werkt is het wel handig om vooraf te wassen.

naaien

4. Met de bal van de voet op het pedaal.

Gebruik nooit je hele voet op het pedaal, maar druk zachtjes met de bal van je voet op het pedaal. Zo heb je minder kracht en stik je langzaam.

5. Het garen wil maar niet door de naald

Met een stukje wit papier achter je naald zie je het veel beter. Als je nu je garen in je het oog van je naald stopt gaat het een stuk makkelijker.

Gebruik je voetje van je naaimachine als maat om te stikken. Kijk goed in het midden of hij recht blijft.

6. Ken je naaimachinenaald

Wist je dat je voor rekbare stoffen en andere machinenaald moet gebruiken dan voor katoenenstof? Zorg er dus voor dat je naald is aangepast aan de stof, zo vermijd je onregelmatige steken, lussen of andere problemen waarvan je niet meteen de oorzaak terug vindt.

7. Goed afwerken van naden, zodat het niet gaat rafelen of trekken

Sommige stoffen kunnen rafelen en dit is natuurlijk zonde van al je werk. Werk deze naden dan af met een zigzagsteek. Maar het kan ook zijn datje een shirt hebt genaaid of een broekje en je ziet dat de naden trekken bij de ronding. Het is belangrijk dat de naden bij rondingen en punten kort zijn. Je kunt ze bijvoorbeeld voorzichtig inknippen. Als het lastig is om te bepalen wat de goede kant van de stof is, voel dan aan de rand (de “zelfkant”) van de stof. Hier zitten meestal kleine gaatjes, waar de stof op kleine naaldjes is geprikt bij het maken van de stof. Daar waar de gaatjes voelbaar zijn, is de “bovenkant” en dus de goede kant van de stof.

8. Meet naaipatronen na

Patronen worden op standaardmaten gemaakt. Maar niet iedereen heeft dezelfde maat. Daarom is het handig als je met kledingpatronen bezig gaat om een goed zittend kledingstuk op het patroon neer te leggen.

9. Onderhoud

Net als een auto, moet je een naaimachine onderhouden. Geef af en toe de naaimachine een beetje naaimachine olie. Bij sommige oudere naaimachines zijn de plekken waar je de olie in moet druppelen met rood gemarkeerd. Bij andere naaimachines krijg je instructies met plaatjes om je te laten zien waar je de olie in moet doen. Je kunt het altijd even na zoeken op internet.

10. Plezier maken

Fouten maken mag, daar leer je juist van! Het is natuurlijk zonde als een project niet lukt, maar wees niet getreurd. Je leert er namelijk heel veel van! Zorg dat je er plezier in blijft houden!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *